Plan van aanpak · grote organisatie

Vier fases, achttien taken, twee sporen naast elkaar

Voor organisaties met meerdere afdelingen, een eigen IT-functie en juridische betrokkenheid. Elke taak met een eigenaar, een doorlooptijd en een meetpunt — en bij elke taak staat hoe ik ze concreet uitvoer.

Volledige werkwijze — open en gratis Ook in het Engels Klein bedrijf? Ga hierheen ›
De vier fases

Van nulmeting tot kwartaalcyclus

Twee sporen lopen parallel omdat ze elkaar nodig hebben. Klik een taak open voor het “zo voer ik het uit”-kader: welke sessie, wie erbij zit, hoeveel interviews, wat er op papier komt.

22 wekentot bewezen waarde én een werkend fundament
4 fasesachttien genummerde taken
2 sporenwaarde en fundament, parallel

Voor organisaties met meerdere afdelingen, een eigen IT-functie en juridische betrokkenheid. Twee sporen lopen parallel: resultaat zonder fundament wordt rommel die niemand meer overziet, fundament zonder resultaat wordt een map die niemand opent.

Waarde — use cases, proeven, resultaat Fundament — governance en platform

Fase 0 · Begrijpen

weken 1–4
0.1Startsessie en afbakeningSponsor, scope, ambitieniveau, planning
Zonder benoemde opdrachtgever met budget begin ik niet. Dat is geen principekwestie maar ervaring: verweesde projecten zijn faaloorzaak nummer vier.
Zo voer ik het uitEén werksessie van 90 minuten met de sponsor en twee à drie sleutelfiguren. Resultaat vast in een document van één bladzijde: scope, ambitie, team, planning, beslismomenten. Dat document stuurt de sponsor zélf naar de directie — zo wordt het meteen zijn of haar programma. Vanaf dag één werken we in één gedeelde omgeving.
0.2VolwassenheidsmetingVijf dimensies, gescoord met bewijs
Strategie en leiderschap, data, technologie, mensen en cultuur, governance. Elk op een schaal van één tot vijf. Mijn enige regel hier: ik vraag niet of iets bestaat, ik vraag om het te zien. En om wie het kent.
Zo voer ik het uitAcht tot twaalf interviews van 45 tot 60 minuten: directie, IT, data, juridisch en HR, en altijd minstens twee mensen van de werkvloer. Twee interviewers, één vraagt en één noteert. Daarnaast een anonieme enquête van tien tot vijftien vragen, onder de acht minuten — die vangt het verschil tussen wat de top denkt en wat er werkelijk gebeurt. Scoren in één matrix met per criterium de bron en het bewijs.
0.3Inventaris van het AI-landschapOfficieel, informeel en verborgen gebruik
Wat draait er al? Officiële tools, zelfgebouwde flows, AI verstopt in bestaande software, en het gebruik dat niemand heeft aangemeld. Per vondst: eigenaar, doel, gebruikers, welke data, wat het kost, welke status.
Zo voer ik het uitUit de beheeromgevingen halen wat er te halen valt — de flow- en agentbeheerschermen zijn meestal de grote blinde vlek. Informeel gebruik komt uit dezelfde anonieme enquête als 0.2; anoniem is essentieel, anders krijgt u sociaal wenselijke antwoorden. Aanvullen met wat IT in de netwerkrapportage ziet. Vastleggen in een eenvoudige lijst met vaste kolommen — die groeit later uit tot het register van taak 1.5.
0.4Nulmeting en verschilanalyseEén verhaal, gepresenteerd aan de directie
De meting en de inventaris samen tot één beeld: waar staan we, wat draait er al, waar zitten de grootste risico's en kansen. Dit rapport legitimeert alles wat volgt, en is het ijkpunt voor de hermeting een jaar later.
Zo voer ik het uitVijftien tot twintig pagina's met het spinnendiagram, de belangrijkste bevindingen mét letterlijke citaten uit de interviews, de inventaris en de vijf grootste risico's. Live presenteren in 60 tot 90 minuten en twee expliciete besluiten vragen: akkoord op de volgende fase, en benoeming van wie beslist. Geen besluit betekent geen volgende fase.

Fase 1 · Richten

weken 4–10
1.1Eerste spelregels en een beslisorgaanTwee pagina's, geen handboek
Wie mag wat inzetten, welke data mag er wel en niet in, wat vergt goedkeuring, wat is het minimum vóór iets live gaat. Duidelijkheid verslaat volledigheid: twee heldere pagina's werken beter dan veertig die niemand leest.
Zo voer ik het uitDe spelregels schrijf ik sámen met juridisch en security in één werksessie van twee uur, niet in een mailwisseling. Het beslisorgaan — IT, security, juridisch, HR en de business — komt maandelijks zestig minuten samen met een vast agendapunt: nieuwe toepassingen, incidenten, uitzonderingen. Besluiten worden gelogd. Communiceren via een korte plenaire sessie, niet via een mail.
1.2Werksessies per domeinKandidaten uit het echte werk
Toepassingen komen niet uit "wat kan AI allemaal", maar uit de pijnpunten en de cijfers van het dagelijks werk. Drie regels maken het verschil: de werkvloer zit aan tafel, cijfers zijn verplicht, en er zit een beslisser in de zaal.
Zo voer ik het uitTweeënhalf tot vier uur, acht tot twaalf deelnemers, bij voorkeur fysiek. Eerst inspiratie met concrete voorbeelden, dan divergeren op vragen als "waar verliezen we tijd aan repetitief werk" en "welke beslissingen wachten op informatie", dan clusteren per waardetype, dan een eerste grove scoring. Stemmen gebeurt anoniem met drie stemmen per persoon — dat voorkomt dat de luidste wint. Alles dezelfde dag vastgelegd, samenvatting van één pagina binnen 48 uur naar de deelnemers.
1.3Uitwerken en scorenWaarde × haalbaarheid
Elke kandidaat op één blad: probleem en huidige cijfers, gebruiker, benodigde data, gewenste uitkomst, waar de mens beslist, meetpunten, risicoklasse, eigenaar. Daarna scoren op twee assen. Wat de eigenaar niet ingevuld krijgt, is meteen een waarschuwing.
Zo voer ik het uitDe eigenaar vult het blad in, ik stel de lastige vragen. Scoren gebeurt in een werksessie van twee uur met het beslisorgaan, niet solo aan mijn bureau — die discussie ís de afstemming. Vier kwadranten: nu doen, investeren in fundamenten, alleen als leerproject, en expliciet niet doen.
1.4Prioriteiten en businesscaseDrie horizonten, één beslissing
Negentig dagen, twaalf maanden, drie jaar — met per initiatief een eigenaar, een termijn en een meetpunt. Voor de gekozen eerste toepassingen reken ik de businesscase door in drie scenario's, met aannames die de klant zelf kiest. Dan is het hún businesscase geworden.
Zo voer ik het uitEén overzichtsplaat plus een rekenblad per initiatief. Presenteren in negentig minuten met drie expliciete besluiten: welke één tot drie proeven starten, wie per proef de verantwoordelijke eigenaar is — mét naam — en welk budget de volgende fase krijgt.
1.5Het register gaat liveVan losse lijst naar levend register
De lijst uit taak 0.3 wordt een levend register: elke toepassing met eigenaar, doel, status, welke data ze ziet en welke risicoklasse ze heeft. Eén lijst die drie doelen tegelijk dient — sturing, wetgeving en portefeuillebeheer.
Zo voer ik het uitVan rekenblad naar een gedeelde lijst met versiebeheer en filters per afdeling. Eén beheerder aanwijzen. Nieuwe items komen erin via het intakeproces van het beslisorgaan. De klassieke valkuil is een lijst die losstaat van echte beslissingen — daarom koppel ik het register hard aan de maandelijkse agenda.

Fase 2 · Bewijzen

weken 10–22
2.1Proefplan per toepassingDe uitrol zit al in het proefplan
Elk plan bevat een gemeten uitgangspunt, succescriteria én stopcriteria, één verantwoordelijke eigenaar, kwaliteitstests op echte voorbeelden, en een pad naar de echte werkstroom. Meetpunten op vier niveaus: systeem, gebruik, proces, bedrijfsresultaat.
Zo voer ik het uitDrie tot vijf pagina's per toepassing, ondertekend door de eigenaar. Het uitgangspunt meet ik twee tot vier weken vóór de start — uit de systemen waar dat kan, anders door tien tot twintig taken handmatig te klokken. Geen uitgangsmeting betekent: niet starten. Dat is de belangrijkste reden waarom trajecten later hun waarde niet kunnen aantonen.
2.2Bouwen, integreren, testenLiever één stap die af is dan vijf die half werken
Kopen, samenwerken of zelf bouwen — de keuze volgt uit de toepassing, nooit andersom. Wat het ook wordt: het moet in de bestaande werkstroom zitten, en de kwaliteitstests staan er vanaf week één op, niet pas bij oplevering.
Zo voer ik het uitKwaliteitstests beginnen simpel: vijftig tot honderd echte voorbeelden met het gewenste antwoord, wekelijks doorrekenen en scoren. Sprints van twee weken met de eindgebruikers erbij en een demo van dertig minuten per week; feedback gaat direct de werklijst in. Kosten per taak vanaf dag één loggen — dat voorkomt verrassingen bij de beslissing in 2.5.
2.3Zones, rechten en levenscyclusControle in verhouding tot impact
Alles uit het register krijgt een zone op basis van risico en reikwijdte: persoonlijk, afdeling, of organisatiebreed. De denkfout die ik altijd tegenkom: het type toepassing bepaalt de zone niet. Een "persoonlijk" hulpmiddel dat bij loongegevens kan, is organisatiebreed.
Zo voer ik het uitClassificeren in een werksessie van twee uur met het beslisorgaan, aan de hand van drie vragen: wie gebruikt het, welke data ziet het, hoe kritisch is het. Zone noteren in het register. Daarna de omgevingen inrichten: gescheiden ontwikkel- en productieomgevingen met bijbehorende databeperkingen per zone. De lichtste zone krijgt een vrije speelruimte zonder doorgroeipad; de zwaarste een echte keten met controlepunten.
2.4Toegang tot informatieWat mag het systeem zien
Welke bronnen zijn toegestaan, hoe is gevoelige informatie afgeschermd, en hoe wordt de uitkomst gecontroleerd. Het klassieke ongeluk: een hulpmiddel dat loongegevens toont aan iemand die die niet mag zien.
Zo voer ik het uitBeginnen bij de bronnen die de proeven raken, niet bij de hele organisatie. In de praktijk: gevoeligheidslabels aanzetten, en de documentrechten opschonen vóórdat u er een assistent op loslaat — te ruime deelrechten zijn blokkade nummer één. Per toepassing kiezen wie wat controleert: alles goedkeuren, meekijken en kunnen ingrijpen, of vrij laten bij laag risico. En die keuze opschrijven.
2.5Meting en go-beslissingEen rekensom, geen onderhandeling
Na acht tot twaalf weken meet ik de vier niveaus tegen het uitgangspunt. Doorgaan, bijsturen of stoppen. Een gestopte proef mét geleerde lessen is een succes; een proef die blijft zweven is dat niet.
Zo voer ik het uitBeslismeeting van zestig minuten met sponsor, eigenaar en het beslisorgaan, op basis van een scorekaart met de criteria die al in week tien vastlagen — elk groen, oranje of rood, en vóór de meeting rondgestuurd. Omdat de criteria vooraf vastlagen, is dit rekenwerk. Besluit loggen, resultaat communiceren naar het hele bedrijf.

Fase 3 · Schalen

vanaf week 22, doorlopend
3.1Uitrol en beheerorganisatieVan proef naar dagelijkse praktijk
De kloof tussen proef en productie is zelden technisch. Het gaat over eigenaarschap, beheer en gewenning. Vóór de uitrol geregeld: wie beheert het, hoe worden storingen gemeld, wat is het jaarbudget, hoe worden nieuwe groepen opgeleid.
Zo voer ik het uitUitrollen in golven per team, nooit in één keer, elk met een korte introductie van een uur en een aanspreekpunt. De eerste twee maanden wekelijks een operationeel overleg van dertig minuten, daarna maandelijks. Storingen via het bestaande meldsysteem met een aparte categorie, zodat u er meteen rapportage op hebt.
3.2Opvolging en bijsturingDoorlopend
Per toepassing het gebruik, de waarde, de kwaliteit, de kosten en de risico's volgen — en bijsturen. Kwaliteit verbeteren, rechten aanpassen, of toepassingen die niets opleveren netjes uitzetten.
Zo voer ik het uitEén maandelijks overzicht, gevoed door drie bronnen: de beheeromgevingen voor gebruik en kosten, de kwaliteitstests, en het register. Vast agendapunt bij het beslisorgaan: overzicht doorlopen, afwijkingen, acties. Kwaliteit die zakt of kosten die boven budget gaan zijn automatisch een agendapunt. Wat drie maanden geen gebruik of waarde toont, gaat eruit.
3.3Opleiding en vaardighedenBegint in fase 2, piekt hier
Het zwaartepunt van elke transformatie. In Europa bovendien deels een wettelijke plicht: wie AI inzet, moet zorgen dat zijn mensen ermee kunnen werken — en dat aantoonbaar maken. En wees eerlijk over werkgelegenheid: angst is de grootste rem op gebruik.
Zo voer ik het uitBasislaag in sessies van negentig minuten, maximaal twintig personen, hands-on met de goedgekeurde middelen — geen webinar. Eén aanspreekpunt per team, met een eigen kanaal en een maandelijkse bijeenkomst van drie kwartier. Daarnaast korte sprints van twee uur met één team op hun échte werk: neem de taak van vandaag mee. Deelname registreren en vooraf en achteraf kort toetsen — de toezichthouder vraagt bewijs, geen intenties. Leidinggevenden eerst: zichtbaar voorbeeldgedrag is de sterkste interventie.
3.4KwartaalcyclusVan een lijn naar een wiel
Elk kwartaal: per initiatief stoppen, opschalen of bijsturen, en de volgende golf uit het plan starten. Jaarlijks de volwassenheidsmeting herhalen.
Zo voer ik het uitKwartaalsessie van twee uur met sponsor en beslisorgaan: per initiatief de vier meetniveaus, dan de beslissing, dan het register bijwerken, dan de volgende één tot drie toepassingen starten. En één keer per jaar het nieuwe spinnendiagram naast dat van de nulmeting leggen. Dat is de plaat die het programma verkoopt.
Waar dit vandaan komt

Waar dit vandaan komt

Deze werkwijze is niet uit het niets ontstaan, en ik doe niet alsof. De diagnosevragen — welke processen zijn herontworpen, en wie is er eigenaar van — komen uit het onderzoek van McKinsey. Het inzicht dat het zwaartepunt bij mensen en processen ligt en niet bij de techniek, is van BCG. Dat proeven zonder eigenaar en zonder nulmeting zelden iets opleveren, is gedocumenteerd door MIT. En de opbouw van het fundamentspoor — eerst zien wat er draait, dan eigenaarschap, dan rechten, dan doorlopende opvolging — volgt de logica die Cegeka beschreef in hun uitrolmodel voor AI-agents.

Wat van mij is: de volgorde waarin ik het uitvoer, de manier waarop elke stap concreet wordt gemaakt — welke sessie, wie erbij zit, wat er op papier komt — en vijftien jaar ervaring met wat er werkelijk in de kamer gebeurt wanneer je een directie om een besluit vraagt.

Ik zet dit erbij omdat ik het van klanten ook vraag. Wie een cijfer of een model gebruikt zonder te zeggen waar het vandaan komt, verkoopt iets.

Verder lezen

Voor het comité en voor de architect

Twee documenten die bij dit spoor horen. Het eerste legt de zaak uit aan wie beslist, het tweede aan wie bouwt. Ze beschrijven hetzelfde ontwerp.

Contact

Een gesprek van een uur kost u niets

Als u herkent wat hierboven staat — veel losse initiatieven, weinig aantoonbaar resultaat, en niemand die precies weet wat er draait — dan is een eerste gesprek meestal genoeg om te bepalen of er iets zinvols te doen valt. Ook als het antwoord "nog niet" is.

dirk.odeurs@vedinet.be
Approach · large organisation

Four phases, eighteen tasks, two tracks in parallel

For organisations with multiple departments, an in-house IT function and legal involvement. Every task with an owner, a duration and a measurement point — and for each one, how I actually carry it out.

Complete method — open and free Also in Dutch Smaller company? Go here ›
The four phases

From baseline to quarterly cycle

The two tracks run in parallel because they need each other. Click a task to open the “how I do it” panel: which session, who is in the room, how many interviews, what ends up on paper.

22 weeksto proven value and a working foundation
4 phaseseighteen numbered tasks
2 tracksvalue and foundation, in parallel

For organisations with multiple departments, an in-house IT function and legal involvement. Two tracks run in parallel: results without foundations become a mess nobody can oversee, foundations without results become a folder nobody opens.

Value — use cases, pilots, results Foundation — governance and platform

Phase 0 · Understand

weeks 1–4
0.1Kick-off and scopingSponsor, scope, ambition, timeline
Without a named sponsor with a budget, I do not start. That is not a principle but experience: orphaned projects are failure cause number four.
How I do itOne 90-minute working session with the sponsor and two or three key people. Result captured in a one-page document: scope, ambition, team, timeline, decision points. The sponsor sends that document to the board themselves — that makes it their programme from day one. One shared workspace from the start.
0.2Maturity assessmentFive dimensions, scored on evidence
Strategy and leadership, data, technology, people and culture, governance. Each on a scale of one to five. My one rule here: I do not ask whether something exists, I ask to see it. And who knows it does.
How I do itEight to twelve interviews of 45 to 60 minutes: leadership, IT, data, legal and HR, and always at least two people from the front line. Two interviewers, one asking and one taking notes. Alongside that an anonymous survey of ten to fifteen questions, under eight minutes — that captures the gap between what the top believes and what actually happens. Scored in one matrix with source and evidence per criterion.
0.3Inventory of the AI landscapeOfficial, informal and hidden usage
What is already running? Official tools, home-made flows, AI hidden inside existing software, and the usage nobody declared. Per finding: owner, purpose, users, which data, what it costs, what status.
How I do itPull what can be pulled from the admin environments — the flow and agent management screens are usually the big blind spot. Informal usage comes from the same anonymous survey as 0.2; anonymity is essential, otherwise you get socially acceptable answers. Supplement with what IT sees in network reporting. Record in a simple list with fixed columns — that later becomes the register in task 1.5.
0.4Baseline report and gap analysisOne story, presented to the board
Assessment and inventory combined into one picture: where we stand, what is already running, where the biggest risks and opportunities are. This report legitimises everything that follows, and is the reference point for the re-assessment a year later.
How I do itFifteen to twenty pages with the spider diagram, the main findings including verbatim interview quotes, the inventory and the five biggest risks. Presented live in 60 to 90 minutes, asking for two explicit decisions: approval of the next phase, and appointment of who decides. No decision means no next phase.

Phase 1 · Focus

weeks 4–10
1.1First ground rules and a decision bodyTwo pages, not a manual
Who may deploy what, which data may and may not go in, what needs approval, what is the minimum before anything goes live. Clarity beats completeness: two clear pages work better than forty nobody reads.
How I do itI write the rules together with legal and security in one two-hour session, not in an email thread. The decision body — IT, security, legal, HR and the business — meets monthly for sixty minutes with a fixed agenda: new applications, incidents, exceptions. Decisions are logged. Communicated in a short all-hands, not by email.
1.2Working sessions per domainCandidates from the real work
Use cases do not come from "what can AI do", but from the pain points and the numbers of daily work. Three rules make the difference: the front line is at the table, numbers are mandatory, and a decision-maker is in the room.
How I do itTwo and a half to four hours, eight to twelve participants, ideally in person. First inspiration with concrete examples, then diverging on questions like "where do we lose time to repetitive work" and "which decisions are waiting on information", then clustering by value type, then a first rough score. Voting is anonymous with three votes per person — that stops the loudest voice from winning. Everything recorded the same day, a one-page summary to participants within 48 hours.
1.3Canvas and scoringValue × feasibility
Each candidate on one page: problem and current numbers, user, data needed, desired output, where the human decides, measurement points, risk class, owner. Then scored on two axes. Whatever the owner cannot fill in is itself a warning sign.
How I do itThe owner fills in the page, I ask the difficult questions. Scoring happens in a two-hour session with the decision body, not alone at my desk — that discussion is the alignment. Four quadrants: do now, invest in foundations, only as a learning exercise, and explicitly do not do.
1.4Priorities and business caseThree horizons, one decision
Ninety days, twelve months, three years — with an owner, a deadline and a measurement point per initiative. For the chosen first applications I work out the business case in three scenarios, with assumptions the client chooses. Then it has become their business case.
How I do itOne overview sheet plus a calculation tab per initiative. Presented in ninety minutes with three explicit decisions: which one to three pilots start, who is the accountable owner per pilot — by name — and what budget the next phase gets.
1.5The register goes liveFrom loose list to living register
The list from task 0.3 becomes a living register: every application with owner, purpose, status, which data it sees and which risk class it carries. One list serving three purposes at once — steering, regulation and portfolio management.
How I do itFrom spreadsheet to a shared list with version history and views per department. Appoint one custodian. New items enter through the decision body's intake. The classic trap is a list disconnected from real decisions — so I tie the register hard to the monthly agenda.

Phase 2 · Prove

weeks 10–22
2.1Pilot plan per applicationThe rollout is already in the pilot plan
Every plan contains a measured baseline, success criteria and exit criteria, one accountable owner, quality tests on real examples, and a path into the actual workflow. Measurement on four levels: system, usage, process, business result.
How I do itThree to five pages per application, signed off by the owner. I measure the baseline two to four weeks before the start — from the systems where possible, otherwise by timing ten to twenty tasks by hand. No baseline means: do not start. That is the single biggest reason programmes later cannot prove their worth.
2.2Build, integrate, testOne finished step beats five half-working ones
Buy, partner or build — the choice follows from the application, never the other way round. Whatever it becomes: it has to sit inside the existing workflow, and quality tests are in place from week one, not at delivery.
How I do itQuality tests start simple: fifty to a hundred real examples with the desired answer, run and scored weekly. Two-week sprints with end users involved and a thirty-minute demo each week; feedback goes straight into the backlog. Log cost per task from day one — that prevents surprises at the decision in 2.5.
2.3Zones, permissions and lifecycleControl proportional to impact
Everything in the register gets a zone based on risk and reach: personal, department, or organisation-wide. The mistake I always encounter: the type of application does not determine the zone. A "personal" tool that can reach payroll data is organisation-wide.
How I do itClassify in a two-hour session with the decision body, using three questions: who uses it, which data does it see, how critical is it. Zone recorded in the register. Then set up the environments: separated development and production environments with matching data restrictions per zone. The lightest zone gets a free sandbox with no promotion path; the heaviest a real pipeline with checkpoints.
2.4Access to informationWhat the system may see
Which sources are permitted, how sensitive information is shielded, and how output is checked. The classic accident: a tool that shows payroll data to someone not entitled to see it.
How I do itStart with the sources the pilots touch, not the whole organisation. In practice: turn on sensitivity labels, and clean up document permissions before you point an assistant at them — oversharing is blocker number one. Per application, choose who checks what: approve everything, monitor and be able to intervene, or leave it free at low risk. And write that choice down.
2.5Measurement and go decisionArithmetic, not negotiation
After eight to twelve weeks I measure the four levels against the baseline. Continue, adjust or stop. A stopped pilot with lessons learned is a success; a pilot that keeps drifting is not.
How I do itA sixty-minute decision meeting with sponsor, owner and decision body, based on a scorecard using the criteria fixed back in week ten — each green, amber or red, circulated before the meeting. Because the criteria were set in advance, this is arithmetic. Decision logged, result communicated across the company.

Phase 3 · Scale

from week 22, ongoing
3.1Rollout and run organisationFrom pilot to daily practice
The gap between pilot and production is rarely technical. It is about ownership, maintenance and habit. Settled before rollout: who maintains it, how faults are reported, what the annual budget is, how new groups are trained.
How I do itRoll out in waves per team, never all at once, each with a one-hour introduction and a point of contact. Weekly thirty-minute operational meeting for the first two months, monthly after that. Faults through the existing ticketing system with a separate category, so you get reporting on it immediately.
3.2Monitoring and remediationOngoing
Track usage, value, quality, cost and risk per application — and act on it. Improve quality, adjust permissions, or retire applications that deliver nothing.
How I do itOne monthly overview fed by three sources: the admin environments for usage and cost, the quality tests, and the register. Fixed agenda item at the decision body: walk the overview, deviations, actions. Quality dropping or cost above budget is automatically an agenda item. Anything with no usage or value for three months goes.
3.3Training and capabilityStarts in phase 2, peaks here
The centre of gravity of any transformation. In Europe also partly a legal obligation: whoever deploys AI must ensure their people can work with it — and be able to show it. And be honest about jobs: fear is the biggest brake on adoption.
How I do itBase layer in ninety-minute sessions, maximum twenty people, hands-on with the approved tools — not a webinar. One point of contact per team, with their own channel and a monthly forty-five-minute meet-up. Alongside that, short two-hour sprints with one team on their real work: bring today's task. Register attendance and test briefly before and after — the regulator asks for evidence, not intentions. Leaders first: visible example behaviour is the strongest intervention.
3.4Quarterly cycleFrom a line into a wheel
Every quarter: stop, scale or adjust per initiative, and start the next wave from the plan. Annually, repeat the maturity assessment.
How I do itA two-hour quarterly session with sponsor and decision body: the four measurement levels per initiative, then the decision, then update the register, then start the next one to three applications. And once a year, put the new spider diagram next to the baseline one. That is the picture that sells the programme.
Where this comes from

Where this comes from

This way of working did not appear out of nowhere, and I will not pretend otherwise. The diagnostic questions — which processes have been redesigned, and who owns them — come from McKinsey's research. The insight that the centre of gravity sits with people and process rather than technology is BCG's. That pilots without an owner and without a baseline rarely return anything has been documented by MIT. And the sequence of the foundation track — first see what is running, then ownership, then permissions, then continuous monitoring — follows the logic Cegeka described in their rollout model for AI agents.

What is mine: the order in which I run it, the way each step is made concrete — which session, who is in the room, what ends up on paper — and fifteen years of knowing what actually happens when you ask a board for a decision.

I state this because I ask the same of clients. Anyone using a figure or a model without saying where it came from is selling something.

Read on

For the board and for the architect

Two documents that belong with this track. The first explains the case to those who decide, the second to those who build. They describe the same design.

Contact

An hour's conversation costs you nothing

If you recognise the picture above — many scattered initiatives, little demonstrable result, and nobody who knows exactly what is running — a first conversation is usually enough to establish whether there is anything worth doing. Including when the answer is "not yet".

dirk.odeurs@vedinet.be