Plan van aanpak · klein bedrijf

Zes stappen, acht weken, één eigenaar

Voor organisaties zonder aparte IT-, juridische of HR-afdeling — van tien medewerkers tot ongeveer tweehonderdvijftig. Dit is de aanpak die ik in mijn eigen bedrijf heb gebruikt, waar ik zelf de stuurgroep was.

Volledige werkwijze — open en gratis Ook in het Engels Grote organisatie? Ga hierheen ›
De zes stappen

Van eerste gesprek tot een cijfer waar u op kunt beslissen

Hieronder staat niet alleen wát er gebeurt, maar ook hoe ik elke stap concreet uitvoer: welke sessie, wie erbij zit, hoeveel gesprekken, wat er op papier komt. Klik een stap open.

8 wekentot een eerste gemeten resultaat
1 eigenaargeen stuurgroep, geen comité
1 toepassingtegelijk, tot ze werkt

Voor organisaties zonder aparte IT-, juridische of HR-afdeling. Dit is de aanpak die ik in mijn eigen bedrijf heb gebruikt, waar ik zelf de stuurgroep was.

Zes stappen

acht weken, daarna herhalen
1Eén gesprek met de zaakvoerder90 minuten · week 1
Waar zit het geld weg te lopen, wat is het ambitieniveau, en wie beslist er als het erop aankomt. In een klein bedrijf is dat meestal één persoon, en dat is een voordeel: er is niemand die het kan tegenhouden.
Zo voer ik het uitAan tafel, niet in een presentatie. Ik vraag naar cijfers die u al hebt: hoeveel offertes, hoeveel facturen, hoeveel mails per dag, hoe lang doet iemand over een dossier. Achteraf één bladzijde die u zelf naar uw mensen kunt sturen. Meer papier komt er in deze stap niet.
2Rondvraag op de vloerEén week · week 1–2
Uw mensen gebruiken al AI. De vraag is welke, waarvoor, en met welke gegevens. Dat is geen controle maar de snelste manier om te zien waar de echte behoefte zit — zij hebben de tijdrovende taken al zelf geprobeerd op te lossen.
Zo voer ik het uitEen anonieme vragenlijst van hooguit acht minuten plus vier tot zes korte gesprekken van een half uur, met mensen die het werk doen — niet met leidinggevenden. Anoniem is niet optioneel: zonder dat krijgt u het antwoord dat men denkt te moeten geven. Reken op meer gebruik dan u verwacht, en behandel dat als goed nieuws.
3Eén lijst en twee bladzijden regelsHalve dag · week 2
Alles wat er draait op één blad: wat, wie gebruikt het, welke gegevens ziet het, wat kost het. Daarnaast twee bladzijden afspraken: welke hulpmiddelen mogen, welke gegevens er nooit in mogen, en wanneer een mens moet kijken voor er iets buiten gaat. Dat is meteen ook wat de wetgever van u verwacht.
Zo voer ik het uitEen rekenblad, geen systeem. Zeven kolommen. De afspraken schrijf ik in gewone taal — geen juridisch document, wel iets dat uw mensen effectief lezen. Eén keer bespreken in een personeelsvergadering en ophangen waar men het ziet. Twee bladzijden die iedereen kent, verslaan veertig die in een map zitten.
4Kies één taak en meet ze eerstTwee tot drie weken · week 2–4
Eén taak. Niet vijf. Diegene met het grootste volume en de duidelijkste ergernis. En dan drie weken lang tellen hoe het vandaag gaat: hoeveel, hoe lang, hoe vaak fout. Zonder dat cijfer kunt u achteraf nooit weten of het gewerkt heeft, en gaat u het na een half jaar op gevoel stopzetten.
Zo voer ik het uitUit uw systemen halen wat erin zit. Zit het er niet in, dan klokken we twintig gevallen met de hand — dat is geen wetenschap maar het is oneindig veel beter dan niets. De rest van de ideeën gaat op een zichtbare niet-nu-lijst, zodat niemand het gevoel heeft dat zijn voorstel genegeerd is.
5Bouwen, gebruiken, wekelijks bijsturenVier tot zes weken · week 4–8
Kopen wat te koop is, alleen bouwen wat echt van u moet zijn. Het moet in het bestaande werk zitten — niet een extra venster dat men na twee weken niet meer opent. En elke week een half uur met de mensen die het gebruiken.
Zo voer ik het uitEen lijstje van vijftig echte gevallen met het gewenste antwoord ernaast, waar we wekelijks doorheen gaan. Goed, fout, twijfel. Dat is uw kwaliteitscontrole, en ze kost een uur per week. Kosten worden vanaf de eerste dag bijgehouden, per behandeld geval — niet per maand, want dan weet u nog altijd niet of het rendeert.
6Beslissen en de volgende nemenEén dag · week 8
De cijfers van week 8 naast die van week 2. Doorgaan, bijstellen of stoppen. Stoppen met een geleerde les is winst; iets laten doorsudderen omdat niemand het durft af te voeren, is dat niet. Werkt het, dan pas begint de volgende taak.
Zo voer ik het uitEén uur met de zaakvoerder en de mensen die ermee gewerkt hebben. De criteria lagen al vast in week 2, dus dit is rekenen en geen discussie. Wat werkt gaat naar de rest van het team in golven van één ploeg tegelijk. En dan terug naar stap 4 met de volgende taak van de lijst.
Waarom acht weken en niet zes maanden. Een kleine organisatie heeft geen jaar om te bewijzen dat iets werkt. Wat dit spoor bewust weglaat — een beslisorgaan, aparte omgevingen, een formeel register in een systeem — voegt u later toe wanneer u genoeg toepassingen hebt om het nodig te hebben. Niet ervoor. Structuur bouwen voor een probleem dat u nog niet hebt, is de duurste vorm van uitstel.
De vraag die ik het vaakst krijg

“Ik ben klein en mijn systeem is gesloten. Waarom zou ik hierin investeren?”

Een terechte vraag, en ze verdient een eerlijk antwoord in plaats van een verkooppraatje. Wie vandaag over AI op bedrijfsdata leest, botst op kennislagen, gateways, bevoegdhedenmatrices en auditsporen. Dat is geschreven voor een verzekeraar met een toezichthouder. U werkt in één pakket, met eigen logins, zonder koppelingen naar buiten.

Het antwoord is kort: al die structuur dient vier dingen, en een gesloten systeem lost er maar één van op.

Opgelost

1. Niemand van buiten mag mijn cijfers zien

Klopt. Eén systeem, uw eigen logins, geen koppelingen naar buiten. Vertrouwelijkheid hebt u inderdaad grotendeels geregeld — tot de dag dat er een tweede bron bij komt, en dat is meestal sneller dan u denkt.

Niet opgelost

2. Het antwoord moet kloppen

Hier is klein zijn een nadeel, geen voordeel. U vraagt: “wat was mijn marge op die werf?” U krijgt 22%. Klopt dat? In een groot bedrijf zit er iemand die zegt “nee, je vergeet de onderaannemer”. Bij u zit die persoon er niet. En u maakt uw volgende offerte op dat cijfer.

Niet opgelost

3. Het mag niet ongemerkt geld kosten

Een AI die zelfstandig blijft doorzoeken laat uw factuur stil oplopen. In een groot bedrijf valt dat op in een budgetlijn. Bij u valt het op wanneer de afrekening komt. Kostprijs per vraag en een plafond per dag: een halve dag werk.

Niet opgelost

4. Het moet blijven werken als u er niet bent

Dit is het sterkste argument op uw schaal, en het is het omgekeerde van dat van een groot bedrijf. Zij leggen kennis vast omdat ze over veertig mensen verspreid zit. U legt ze vast omdat ze in één hoofd zit: het uwe. Wat “opgeleverd” betekent, waarom die klant een ander tarief heeft, wanneer een werf meetelt — het staat nergens.

Gesloten is een antwoord op vertrouwelijkheid. Het is geen antwoord op correctheid, op kosten of op continuïteit. U zou zich vrijstellen van alle vier op grond van één.

Wat u dan wél doet: drie dingen, ongeveer twee dagen werk

  1. Eén blad met woorden

    Wat betekent “actieve werf”, “opgeleverd”, “in regie”, “forfait”. Waarom klant X een ander tarief heeft. Welke projecten buiten de margeberekening vallen. Eén keer opschrijven. Dat blad is meteen ook uw inwerkdocument voor de eerste medewerker die u aanneemt.

  2. Tien cijfers, elk één berekening

    Marge, openstaand bedrag, uurtarief-realisatie, dekkingsgraad. Eén manier om ze te berekenen, niet drie. Zonder dat geeft dezelfde vraag in andere woorden een ander getal — en dan is uw vertrouwen na drie weken weg. Vertrouwen is alles-of-niets: u krijgt één kans.

  3. Eén deur met een slot

    De AI mag alles lézen. Maar vóór ze iets dóét — een mail versturen, een factuur wijzigen, tweehonderd records aanpassen — vraagt ze het eerst. Eén namiddag werk, en de enige echt catastrofale faalwijze is structureel onmogelijk in plaats van onwaarschijnlijk. U hebt geen ploeg die dat achteraf opruimt.

En wat u gerust mag overslaan. Een bevoegdhedenmatrix per rol, een beslisorgaan, een risicoregister, een dik AI-beleid, een uitwijkstrategie per model. Dat is voor organisaties van driehonderd mensen met een auditor. Structuur bouwen voor een probleem dat u nog niet hebt, is de duurste vorm van uitstel.
De regel om te beslissen. Investeer in een laag als die ook zonder AI nuttig zou zijn. De drie dingen hierboven zijn dat: uw definities, uw cijfers en een slot op wat er naar buiten gaat blijven waardevol als u de AI morgen uitzet. De rest niet.

Wilt u zien hoe hetzelfde principe er op grote schaal uitziet, met vijf lagen en een auditspoor? Dat staat volledig uitgewerkt in de referentiearchitectuur. En wat de Europese AI-verordening concreet van een klein bedrijf verwacht, staat in tien vragen en antwoorden.

Zelf aan de slag

Vijf dingen die u deze maand zelf kunt doen

Hiervoor hebt u mij niet nodig. Als u dit doet en er komt niets verontrustends uit, hebt u waarschijnlijk ook geen consultant nodig. Komt er wél iets uit, dan weet u tenminste wat.

  1. Meet wat er al gebeurt, anoniem

    Eén enquête van onder de acht minuten: welke AI-hulpmiddelen gebruikt u voor uw werk, ook privé-accounts. Anoniem, anders krijgt u het antwoord dat u wil horen. Verwacht een hoger cijfer dan u denkt — en behandel dat als vraagsignaal, niet als overtreding.

  2. Maak één lijst

    Een rekenblad met zeven kolommen: naam, type, eigenaar, gebruikers, welke data, wat het kost, status. Vul het met alles wat u vindt. U kunt niets sturen wat u niet ziet. Die lijst is uw halve diagnose.

  3. Kies er één, geen vijf

    De klassieke faalwijze is versnippering over tien proeven. Kies de toepassing met het grootste volume en de duidelijkste pijn, en zet de rest expliciet op een niet-nu-lijst. Nee zeggen is een kwaliteitskenmerk.

  4. Meet vóór u begint

    Twee tot vier weken cijfers verzamelen: hoeveel, hoe lang, hoe vaak fout. Uit de systemen als het kan, anders twintig taken met een chronometer. Zonder dit getal kunt u later nooit aantonen dat het gewerkt heeft.

  5. Schrijf twee pagina's, geen veertig

    Welke middelen zijn toegestaan, welke data mag er nooit in, wanneer moet een mens beslissen, en bij wie meldt u een probleem. Twee pagina's die iedereen kent, verslaan een handboek dat niemand leest.

Waar dit vandaan komt

Waar dit vandaan komt

Deze werkwijze is niet uit het niets ontstaan, en ik doe niet alsof. De diagnosevragen — welke processen zijn herontworpen, en wie is er eigenaar van — komen uit het onderzoek van McKinsey. Het inzicht dat het zwaartepunt bij mensen en processen ligt en niet bij de techniek, is van BCG. Dat proeven zonder eigenaar en zonder nulmeting zelden iets opleveren, is gedocumenteerd door MIT. En de opbouw van het fundamentspoor — eerst zien wat er draait, dan eigenaarschap, dan rechten, dan doorlopende opvolging — volgt de logica die Cegeka beschreef in hun uitrolmodel voor AI-agents.

Wat van mij is: de volgorde waarin ik het uitvoer, de manier waarop elke stap concreet wordt gemaakt — welke sessie, wie erbij zit, wat er op papier komt — en vijftien jaar ervaring met wat er werkelijk in de kamer gebeurt wanneer je een directie om een besluit vraagt.

Ik zet dit erbij omdat ik het van klanten ook vraag. Wie een cijfer of een model gebruikt zonder te zeggen waar het vandaan komt, verkoopt iets.

Contact

Een gesprek van een uur kost u niets

Als u herkent wat hierboven staat — veel losse initiatieven, weinig aantoonbaar resultaat, en niemand die precies weet wat er draait — dan is een eerste gesprek meestal genoeg om te bepalen of er iets zinvols te doen valt. Ook als het antwoord "nog niet" is.

dirk.odeurs@vedinet.be
Approach · smaller company

Six steps, eight weeks, one owner

For organisations without a separate IT, legal or HR department — from ten people up to around two hundred and fifty. This is the approach I used in my own company, where I was the steering group.

Complete method — open and free Also in Dutch Large organisation? Go here ›
The six steps

From first conversation to a number you can decide on

Below is not only what happens, but how I actually carry out each step: which session, who is in the room, how many conversations, what ends up on paper. Click a step to open it.

8 weeksto a first measured result
1 ownerno steering group, no committee
1 use caseat a time, until it works

For organisations without a separate IT, legal or HR department. This is the approach I used in my own company, where I was the steering group.

Six steps

eight weeks, then repeat
1One conversation with the owner90 minutes · week 1
Where is the money leaking, what is the level of ambition, and who decides when it matters. In a small company that is usually one person, and that is an advantage: there is nobody who can block it.
How I do itAt a table, not in a presentation. I ask for numbers you already have: how many quotes, how many invoices, how much mail per day, how long does someone spend on a file. Afterwards one page you can send to your people yourself. No more paper than that at this stage.
2Ask around on the floorOne week · weeks 1–2
Your people already use AI. The question is which tools, for what, and with which data. That is not surveillance but the fastest way to see where real demand sits — they have already tried to solve the time-consuming tasks themselves.
How I do itAn anonymous questionnaire of at most eight minutes plus four to six half-hour conversations, with people who do the work — not with managers. Anonymity is not optional: without it you get the answer people think they should give. Expect more usage than you assume, and treat that as good news.
3One list and two pages of rulesHalf a day · week 2
Everything that runs, on one sheet: what it is, who uses it, which data it sees, what it costs. Alongside that, two pages of agreements: which tools are allowed, which data may never go in, and when a human has to look before anything leaves the building. That is also what the regulator expects of you.
How I do itA spreadsheet, not a system. Seven columns. I write the rules in plain language — not a legal document, but something your people will actually read. Discussed once in a staff meeting and posted where people see it. Two pages everybody knows beat forty in a folder.
4Pick one task and measure it firstTwo to three weeks · weeks 2–4
One task. Not five. The one with the highest volume and the clearest irritation. Then spend three weeks counting how it goes today: how many, how long, how often wrong. Without that number you can never know afterwards whether it worked, and you will end up cancelling it on instinct six months later.
How I do itTake from your systems whatever is in them. If it is not there, we time twenty cases by hand — that is not science, but it is infinitely better than nothing. The remaining ideas go on a visible not-now list, so nobody feels their suggestion was ignored.
5Build, use, adjust weeklyFour to six weeks · weeks 4–8
Buy what can be bought, build only what genuinely has to be yours. It has to sit inside the existing work — not an extra window people stop opening after two weeks. And half an hour every week with the people using it.
How I do itA list of fifty real cases with the desired answer next to them, which we walk through weekly. Right, wrong, unsure. That is your quality control, and it costs an hour a week. Costs are tracked from day one, per case handled — not per month, because then you still would not know whether it pays.
6Decide, then take the next oneOne day · week 8
The week 8 numbers next to the week 2 numbers. Continue, adjust or stop. Stopping with a lesson learned is a win; letting something drift because nobody dares cancel it is not. Only if it works does the next task begin.
How I do itOne hour with the owner and the people who used it. The criteria were fixed back in week 2, so this is arithmetic, not debate. What works goes to the rest of the team in waves of one crew at a time. Then back to step 4 with the next task on the list.
Why eight weeks and not six months. A small organisation does not have a year to prove something works. What this track deliberately leaves out — a decision body, separated environments, a formal register in a system — you add later, when you have enough applications to need it. Not before. Building structure for a problem you do not yet have is the most expensive form of procrastination.
The question I get most

“We are small and our system is closed. Why would I invest in this?”

A fair question, and it deserves an honest answer rather than a sales pitch. Anyone reading about AI on company data today runs into knowledge layers, gateways, permission matrices and audit trails. That material is written for an insurer with a regulator. You work in one package, with your own logins, with no outside connections.

The answer is short: all that structure serves four things, and a closed system solves only one of them.

Solved

1. Nobody outside may see my numbers

Correct. One system, your own logins, no outside connections. Confidentiality you have largely handled — until the day a second source appears, and that is usually sooner than you expect.

Not solved

2. The answer has to be right

Here being small is a disadvantage, not an advantage. You ask: “what was my margin on that job?” You get 22%. Is that right? In a large company somebody says “no, you are forgetting the subcontractor”. In your company that person is not there. And you price your next job on that number.

Not solved

3. It must not cost money unnoticed

An AI that keeps searching on its own quietly runs up your bill. In a large company that shows up in a budget line. In yours it shows up when the invoice arrives. Cost per question and a daily cap: half a day of work.

Not solved

4. It has to keep working when you are not there

This is the strongest argument at your scale, and it is the inverse of the large-company one. They document because knowledge is spread across forty people. You document because it sits in one head: yours. What “delivered” means, why that client has a different rate, when a job counts — none of it is written down.

Closed is an answer to confidentiality. It is not an answer to correctness, to cost or to continuity. You would be exempting yourself from all four on the strength of one.

What you do instead: three things, about two days of work

  1. One page of words

    What counts as an “active job”, “delivered”, “time and materials”, “fixed price”. Why client X has a different rate. Which projects fall outside the margin calculation. Write it once. That page is also your onboarding document for the first person you hire.

  2. Ten numbers, one calculation each

    Margin, outstanding balance, hourly rate realisation, coverage. One way to calculate each, not three. Without that, the same question in different words returns a different number — and your trust is gone in three weeks. Trust is all-or-nothing: you get one attempt.

  3. One door with a lock

    The AI may read everything. But before it does anything — sends an email, changes an invoice, updates two hundred records — it asks first. One afternoon of work, and the single catastrophic failure mode becomes structurally impossible rather than merely unlikely. You have no team to clean that up afterwards.

And what you can safely skip. A permission matrix per role, a decision body, a risk register, a thick AI policy, a per-model exit strategy. That is for organisations of three hundred people with an auditor. Building structure for a problem you do not yet have is the most expensive form of procrastination.
The rule for deciding. Invest in a layer if it would be worth having even with the AI switched off. The three things above are: your definitions, your numbers and a lock on what leaves the building all keep their value if you turn the AI off tomorrow. The rest does not.

Want to see what the same principle looks like at scale, with five layers and an audit trail? It is worked out in full in the reference architecture. And what the European AI Act actually expects of a smaller company is covered in ten questions and answers.

Do it yourself

Five things you can do this month on your own

You do not need me for this. If you do it and nothing worrying comes out, you probably do not need a consultant either. If something does come out, at least you know what.

  1. Measure what is already happening, anonymously

    One survey under eight minutes: which AI tools do you use for work, personal accounts included. Anonymous, otherwise you get the answer you want to hear. Expect a higher number than you think — and treat it as demand, not misconduct.

  2. Make one list

    A spreadsheet with seven columns: name, type, owner, users, which data, what it costs, status. Fill it with everything you find. You cannot steer what you cannot see. That list is half your diagnosis.

  3. Pick one, not five

    The classic failure mode is spreading across ten pilots. Pick the application with the highest volume and the clearest pain, and put the rest explicitly on a not-now list. Saying no is a mark of quality.

  4. Measure before you start

    Two to four weeks of numbers: how many, how long, how often wrong. From the systems if you can, otherwise twenty tasks with a stopwatch. Without that number you can never later prove it worked.

  5. Write two pages, not forty

    Which tools are allowed, which data may never go in, when a human has to decide, and who to report a problem to. Two pages everybody knows beat a manual nobody reads.

Where this comes from

Where this comes from

This way of working did not appear out of nowhere, and I will not pretend otherwise. The diagnostic questions — which processes have been redesigned, and who owns them — come from McKinsey's research. The insight that the centre of gravity sits with people and process rather than technology is BCG's. That pilots without an owner and without a baseline rarely return anything has been documented by MIT. And the sequence of the foundation track — first see what is running, then ownership, then permissions, then continuous monitoring — follows the logic Cegeka described in their rollout model for AI agents.

What is mine: the order in which I run it, the way each step is made concrete — which session, who is in the room, what ends up on paper — and fifteen years of knowing what actually happens when you ask a board for a decision.

I state this because I ask the same of clients. Anyone using a figure or a model without saying where it came from is selling something.

Contact

An hour's conversation costs you nothing

If you recognise the picture above — many scattered initiatives, little demonstrable result, and nobody who knows exactly what is running — a first conversation is usually enough to establish whether there is anything worth doing. Including when the answer is "not yet".

dirk.odeurs@vedinet.be